Alweer 3 weken geleden sinds ons laatste bericht, het werd eens tijd voor een nieuwe update:
Week 2
Na een vroeg vertrek fietsten we voor de grootste drukte uit en vrij snel kwamen we bij de grens met Polen. 3 jaar geleden, op onze rit van Wenen naar Berlijn, kwamen we Polen binnen bij de meest zuidelijkste grensovergang: het drielandenpunt met Duitsland en Tsjechië. Vandaag dus de meest noordelijkste grens met Duitsland, aan het strand. Het fietst hier superlekker door, maar al vrij snel kwamen we bij de eerste Poolse nederzetting aan.
Hier (Świnoujćie) namen we de boot naar de overkant van de Swine, waar de stad vrij snel ophoudt. Snel opzoek naar een toilet (en tegelijkertijd wachten tot de grootste mensenmassa het nabijgelegen treinstation heeft bereikt – als je met de trein van Duitsland verder Polen in wilt moet je bij het westelijke treinstation uitstappen, wandelen naar de boot, met de boot oversteken, kort lopen naar het oostelijke station en weer verder met de trein)
Vanaf hier volgen we voor zo’n 100km de Europese langeafstandsfietsroutes EuroVelo 10&13, met de namen de Oostzeeroute en IJzeren Gordijnroute, die hier een traject delen.
Fietsen in Polen is een stuk ontspannender dan in Duitsland. Ook hier wisselt het fietspad vaak van kant en moet je de weg oversteken, maar in tegenstelling tot Duitsland heeft de fietser hier voorrang. Zelfs op plekken waar je het niet verwacht. De Polen houden zich hier ook goed aan. Ze remmen wel laat maar remmen wel. Even wennen dus, maar je rijdt enorm veel sneller en ontspannender door een grote stad, in tegenstelling tot een Duits voorbeeld als Bremen.

Na één volledige dag langs de kust te rijden, gaan we op dag 3 van Polen na een tientallen kilometer maar rechts, meer het binnenland in. De Oostzeekust gaan we nog wel vaker zien, en we zijn wel benieuwd of de Europees gesubsidieërde fietspaden langs de kust ook nog in het binnenland te vinden zijn. Niet altijd, is onze conclusie, maar dat is niet erg. Wat wel vervelender is, is het diepe mulle zand in combinatie met traktorsporen: geen grip en waar je grip hebt wordt je door elkaar geschud door het oneffen wegdek.
We komen er ook achter dat de route, die voornamelijk over fietsroutes gaan, niet altijd goed geschikt zijn voor een fiets, zeker in vergelijking met het Nederlandse fietsknooppuntsysteem. Zijn we dan toch op een MTV-trail aangekomen? Met 10-20% klimmen op mul zand ben je blij met kasseien die halverwege de klim verschijnen. Een zware dag, maar wel supergaaf!


Bij een pauze op de volgende dag begint helaas duidelijk te worden dat we toch wel wat ambitieus waren gestart. Moon begint wat last te krijgen van haar rechterknie. Met nog 15 km te gaan na een lange dag quasi-mountainbiken, met de eerste regen van de week, besluiten we aan de andere kant van het dorpje op een Pole Biwakowe – een soort bivakplek – de tent op te zetten. De laatste kilometer van deze 3km blijkt eigenlijk nog teveel te zijn, zo erg pijn doet het. Eenmaal aangekomen zetten we de tent op – het is intussen net droog – en besluiten we om morgen te kijken wat we gaan doen.
Knieblessure
Deze dag begint met regen. We besluiten in ieder geval de regen af te wachten voordat we verder gaan. Echter bleken we de tent op een wat lager gelegen plekje op gezet te hebben: het water stroomt onder de binnentent door. Als het iets minder hard regent, gaan we naar buiten en slepen we de tent 3 meter naar het noorden, waar geen plans water ligt. Moon’s knie blijft protesteren, op zo’n manier dat we besluiten dat we een paar dagen pauze nodig hebben. Echter is alles op dat moment nat van de regen en goor van het zand en dennennaalden, want we staan net op de over gang van strand naar bos. Online zien we dat er anderhalve kilometer terug een paar vakantiehuisjes beschikbaar zijn. Snel boeken we voor twee nachten een huisje en twee uur later gaan we daar naartoe om alle spullen te drogen.
Twee dagen later stappen we weer op de fiets: 60km verderop zit een treintjesmuseum en 10km daarna mogen we in het bos kamperen. Het treintjesmuseum was vooral een verzameling oude roest, maar de machtige afmetingen van de oude locomotieven maken een flinke indruk. Zeker als we erbij lezen dat een aantal van deze locs in de oorlog (deels) door dwangarbeiders zijn gebouwd en gebruikt werden om snel materieel en soldaten te vervoeren. De door de Sovjets in beslaggenomen ТЭ7175 is hier een voorbeeld van:



Na een uurtje hebben we alles wel gezien en besluiten we door te gaan.
De volgende dag zouden we met een rit van 70km naar Gdańsk fietsen, we hebben een camping ten oosten van de stad in gedachten. Hoewel het gisteren redelijk ging met de kniepijn, blijft het deze rit steeds maar weer terugkomen. Na 50km besluiten we te zoeken naar een plekje dichterbij, wat op 59km resulteert in een hotel in de stad. Morgen die laatste paar kilometer naar de camping, om daar nog een week te blijven.
Intussen hebben we al van alles geprobeerd: zadel wat omhoog, de schoenplaatjes wat verzet en gedraaid. Ook hebben we naar een bikefitters gekeken: deze mensen hebben met een fysiotherapeutische blik kennis van fietsen en kunnen je helpen om de fiets beter af te stellen. Helaas is het voorjaar en zijn ze de komende maanden volgeboekt. Met een nieuwe fiets op vakantie gaan is misschien minder ideaal..
Uiteindelijk blijven we een week op de camping. Elke dag hebben we wel een stukje gefietst: de stad ligt op 10km van de camping er is enorm veel te zien.









De camping zelf ligt op nog geen 5 minuten lopen naar het strand. Het Oostzeestrand is best anders dan thuis in Nederland: het water smaakt wat flauw, het bos komt tot aan het strand, er zijn heel weinig dieren (vogels: 4 knobbelzwanen, wat kokmeeuwen, witte kwikstaarten en twee bontbekplevieren). Verder staat onze tent op zo’n 50m van een tunnelboorbouwplaats waar bouwvakkers 24/7 aan het werk zijn. Hier hebben we vreemd genoeg geen last van.
Na 5 dagen besluiten we dat we het volgende gepland traject niet gaan fietsen, maar met de trein gaan doen. Rikus, de oom van Moon en tevens buurman, heeft in noordoost-Polen een boerderijtje die hij o.a. gebruikt voor (groeps-)reizen. Hier kunnen we wat langer verblijven als we willen.
Zo gezegd, zo gedaan, en na een halfuur aan het loket gestaan om een treinverbinding te kiezen – 2 personen én 2 fietsen is geen makkelijker task voor het Poolse spoorsysteem, met maar een aantal verbindingen per dag – zitten we twee dagen later in de trein naar Warschau, om over te stappen naar Białistok en vanaf daar per boemeltrein het laatste stuk af te leggen naar Augustow. Vanaf daar is het nog een kleine 30 kilometer fietsen.
Gelukkig pastte de Omnium van Arthur nét in de eerste hogesnelheidstrein. Voor zover we hebben kunnen vinden is er geen limit aan hoe lang een fiets mag zijn om mee te mogen in de trein, maar 1cm langer had niet gemoeten, dan had er wat lucht uit de banden gemoeten.
Met een mooie overstap op Warschau Wschodia en Białistok zaten we in de laatste trein. De Conducteur was wat aan de chagerijnige kant en mompelde in het Pools iets over een plaatsnaam verder op de route. We begrijpen het nog niet helemaal, moeten we er daar uit? De reisinformatieborden in deze trein geven immers aan dat deze trein door gaat naar het eindpunt (Suwałki).
Na een vertraging van een halfuur – blijkbaar was er iemand onwel geworden, wat de conducteur met een hoop kurwa en bombarie aan de machinist duidelijk maakte en een ambulance die na een lange tijd kwam en iemand in een opvouwbare rolstoel evacueerde over een ander spoor heen – bleken we dat we in Sokułka moesten overstappen. De conducteur hielp, nog steeds enigszins uit zijn humeur, mee, voornamelijk om snel verder te kunnen gaan.
Na nog eens een halfuur treinen en anderhalf uur fietsen kwamen we aan in Wólka Karwowska, een gehucht met zo’n 34 huizen. We worden welkom geheten door Anka, de lokale beheerster, die alleen maar Pools spreekt. Met handen en voeten wordt alles snel duidelijk en het feit dat Moon wat Russisch heeft geleerd voor deze reis helpt ook een beetje mee.









Leave a Reply